Een flink portie John met een toefje Russel

Elton+John+Leon+Russel+Concert+Los+Angeles+9yXsjfZC9_Xl Middels de nieuwe release van Elton John (63) met de titel The Union, heeft de veelzijdige componist gemeend een oude vriend op sleeptouw te moeten nemen. Het album wordt gepresenteerd als een samenwerking met de Amerikaanse vergeten muzikant Leon Russel (69). Russel begon zijn carriëre sterk als singer/songwriter en was compositorisch belangrijk lid van de band van Joe Cocker. Na deze gezegende tijd kelderde de populariteit van Russel in sterk contrast met de dan juist tot enorme hoogten reizende ster van John. Na 30 jaar eigenlijk niet meer naar elkaar te hebben omgekeken vond het John het tijd worden dat zijn verloren vriend weer herontdekt moest worden. Het uiteindelijke resultaat is eigenlijk gewoon een John/Taupin (Elton’s vaste tekstschrijver) album, met een aantal songs van Russel. Om deze onbalans toch wat gelijk te trekken doet Russel met zang en piano in elk nummer mee. Ik heb Russel nooit gekend maar als ik zijn knauwerige en vibrerende kraakstem hoor weet ik meteen waarom hij Elton+John+Elton+John+David+Furnish+Beach+gb0S0GDPrfPlmij nooit is opgevallen. Nou moet ik toegeven dat de songs van Russel niet verkeerd zijn en dat je zelfs aan zijn eigenlijk vrij lelijke stem enigszins kan wennen. In ieder geval blaken de maar liefst 16 nummers op deze cd van frisheid en compositorisch spelplezier. John doet wat hij sinds Songs From The West Coast (2001) doet, namelijk prachtige nummers schrijven op hetzelfde hoge niveau dat hij in de jaren 70 bereikte, alleen zonder drang naar een hitsingle en met minder uptempo werk. John waagt zich op deze cd echter, zij het voorzichtig, aan 2 rockertjes; Hey Ahab en Monkey Suit. Vooral in deze nummers valt op dat John’s vocalen wat aan kracht hebben moeten inleveren de laatste jaren, maar nog altijd in uitstekende conditie verkeerd. In compositorische zin is het een evenwichtig album met niet al te veel pieken en dalen. De cd ademt de sfeer van de seventies uit en heeft soul, amerikana en blues in zich. De productie was in handen van de alom geprezen T Bone Burnett, maar had veel mooier kunnen zijn. Om onbegrijpelijke redenen zet Burnett de drums en bas op de voorgrond en de mid-tonen zitten heel veel weg. Ook de piano’s klinken wat op de achtergrond, terwijl die nou juist op de voorgrond hadden gemoeten. Hierdoor komen prachtige instrumentale stukken als het einde van Hey Ahab met 2 Elton speelt een potje tennis met Anna en Serena door elkaar heen solerende piano’s nogal stroefjes en stroperig over. Het is alsof de sfeer bewust bedompt en stoffig gemaakt is, waarschijnlijk om de cd een extra authentieke charme te geven. Opvallend is het ook dat Elton’s vaste drummer Nigel Ollson node gemist wordt, daar drummer Jim Keltner op één of andere manier minder gevoel weet te leggen in de ballads. Aan de andere kant is het mede door voornoemde zaken wel een album wat zich onderscheid van eerder werk van John en is het in dat opzicht zeker geslaagd.

Monkey Suit (live)    en het wonderschone When Love Is Dying (live, solo)

Rock zonder rafels

Jason-falkner-studio De nogal onderschatte multi-instrumentalist Jason Falkner heeft weer een lekkere cd afgeleverd. De frisse en opgewekte poprock is in artistiek opzicht bij Falkner altijd in goede handen. Falkner speelde ooit in de band Jellyfish, en heeft sindsdien zowel solowerk uitgebracht als samengewerkt aan albums van o.a. Paul McCartney, Air, Beck, Aimee Man, Travis en de Nederlandse Anne Soldaat. Hoewel zijn eerste solo album ‘Author Unknown’ (’96) mooi geproduceerd is, geheel door Falkner is ingespeeld, bol staat van de originaliteit en vakkundig geschreven composities werd het destijds door de critici genadeloos neergesabeld, als zou hij te ambitieus zijn. ‘I’m Ok, You’re Okay’ is inmiddels Falkners 5e volwaardige studio album (bij mijn weten), en is evenals de daaraan voorafgaanden erg aangenaam om te beluisteren, zodanig zelfs dat het voorbij is Jason Falknervoor je het weet. Falkner heeft zijn hoofd dan misschien niet mee, maar is wel een uitstekende songsmit. De gedetailleerde precisie en het spelplezier spat van dit album af wat een mooie balans kent tussen rustige en meer uptempo nummers met zijn rijke instrumentatie, maar vliegt nergens uit de bocht. Vakmanschap met een gepolijst randje. Dit jaar kwam er alweer een nieuwere release uit van deze bezige bij: All Quiet On The Noise Floor

Clip: Complicated man (Accoustic)

Clip: The Knew (Electric)

Eenzaam intrigerend

Höyem De zanger/gitarist/componist Sivert Höyem van het Noorse Madrugada die al wat solo uitstapjes achter de rug had, werd door het overlijden van gitarist/componist Buras ten tijde van de afronding van het laatste Madrugada-album ditmaal voor geen andere keus gesteld dan met een solo album op de proppen te moeten komen. Het resultaat draagt de titel ‘Moon Landing’ en is een mooie verzameling nummers in verschillende stijlen die allen in meerdere of mindere mate tot het oeuvre van Madrugada hebben behoord. Natuurlijk geeft Höyem zijn eigen draai aan het album, en weet hij met zijn stem al snel te imponeren. Ik heb bij hetSiverthoyem-grp1-web-0410 donkere geluid van ’s mans stem altijd de neiging om hem in te delen bij de groten der eighties wave, en dat hij eigenlijk de zanger van Joy Division had moeten zijn (i.p.v. het valse en hoekige gepruttel van wijlen Ian Curtis). Moon Landing is een geslaagd vervolg op de Madrugada albums en balanceert op een koord tussen bescheiden R.E.M.-achtige rockers en fabelachtig mooie ballades zoals we die van Höyem inmiddels gewend zijn. Buitenbeentje ‘Shadows / High Meseta’ doet door zijn oosterse invloeden sterk denken aan Jeff Martin (Tea Party), en is ook bijzonder goed gedaan. Prachtige productie, erg sterke songs, kortom ‘kopen dat ding’ (of is dit een ongewenste Mart Smeets quote?).

Clip: Belorado      Clip: Moon Landing   Clip: What You Doin’ With Him? (Live)

Sivert1 P.S. Ik vond op You Tube nog een nummer dat Höyem heeft geschreven voor IJmuidenaar Cornelis Vreeswijk die in Höyem’s buurland Zweden populairder werd dan in Nederland. Deze wilde ik u niet onthouden: Song For Cornelis.

Writers Rob

10_30_09_rob_zombie_kabik-8-588 Op het eerste oog valt de meest recente cd van Rob Zombie niet uit de toon bij voorgaand werk. De woest bebaarde rocker heeft zijn cd-hoesje voorzien van tekeningen vol griezels, b-horror, vrouwelijk naakt, bloederige taferelen en schunnige leuzen. Ook zijn eigen vrouw Shery is poedelnaakt het en der in het artwork verwerkt. De titels en teksten zijn weer ouderwets ruw en recht voor z’n raap en het album draagt de fantasierijke titel: ‘Hellbilly Deluxe 2, Noble Jackals, Penny Dreadfuls And The Systematic Dehumanization Of Cool’. Tot zover nog geen klachten. Bij beluistering echter blijkt dat Zombie de plank ditmaal toch echt misslaat. Was zijn voorgaande cd al een beetje discutabel wegens z’n onsamenhangendheid, ditmaal is het vooral op compositorisch vlak niet geslaagd. De eerste helft van de cd doet je nog hoop bieden op verbetering, want de nummers kunnen Zombie 1er nog mee door, al zijn het niet zijn beste songs. Maar helaas, de tweede helft is zelfs nog minder leuk. Inspiratieloos, vlak en hier en daar zelfs irritant. Daartegen helpt zelfs zijn fraaie artwork niet. Hopelijk revancheert hij zich met de hieropvolgende release, anders moet ik als echte fan toch echt gaan afhaken.  Misschien eens een White Zombie reunietje er tegenaan gooien?

Video: Sick Bubbelgum     Video: Mars Needs Women

Gewoon goed

SimpleMinds 1 Bands die hun glorie dagen al tientallen jaren achter zich hebben liggen en wier nieuwe releases nauwelijks nog stof doen opwaaien, maar desondanks blijven doorploegen zijn er tegenwoordig in overvloed. Onder hen het Ierse Simple Minds wiens laatste wapenfeit Graffiti Soul is genaamd en die hun oude drummer Mel Gaynor weer in de gelederen heeft. De muziek op Graffiti Soul is dezelfde soort die hen eind jaren 80 wist op te stuwen tot superband. De weelderige vocalen van Jim Kerr worden door de voorman volluit geëtaleerd en achter elke zwierende gitaarlik die Charlie Burchill produceert waaiert de welbekende holle galm. Het album is veilig en biedt geen verrassingen. Toch doen sommige nummers een beetje terugdenken aan de begindagen, zoals Blood Type Simple Minds 3O, maar het overgrote deel is pure stadionrock. Het maakt dat je bij de Simple Minds gerust wat releases kunt laten overwaaien en later zorgeloos weer kunt instappen. De productie is goed; de composities zijn goed; het album is gewoon goed. Er kleeft 1 minpuntje aan het album, het als bonus track gecoverde ‘ ‘Rockin’ In A Free World’ (Neil Young) laat horen dat The Simple Minds niet alle stijlen meester zijn. Een typisch gevalletje schoenmaker…

Video: Rockets

Absolute Brilliant

Killing_joke_10x8_v2_cmyk De band Killing Joke heeft na het overlijden van bassist Raven een beroep gedaan op bassist/producer van het eerste uur Youth. Oud zeer tussen zanger Jaz Coleman en drummer Paul Fergussen bleek toch niet geheel onoverkomelijk en zie daar de oeroude bezetting is weer compleet. Als kers op de pudding is er nu het nieuwe studio album Absolute Dissent. De dikke laag bombast en holle, galmende gotiek welke voorganger ‘Hosanna’s From The Basements Of Hell’ wist te ontsieren blijft gelukkig achterwege, al klinken de oerbrullen van zanger Jaz onverminderd grotesk. De composities zijn opvallend afwisselend en fris en het lijkt wel alsof de band bewust alle facetten en muzikale uitstapjes uit hun ruim 30 jarige carriëre de revue heeft willen laten passeren. Zowel het zware metal-achtige werk van de laatste jaren, als de luchtige synthesizer pop uit de jaren tachtig. Wat ook opvalt is de evenzo afwisselende zang van Coleman. Werd er op de laatste albums eigenlijk alleen nog maar geschreeuwd, op Absolute Dissent laat hij horen het normale zingen nog niet verleerd te zijn, en dat is dan meteen één van de grote pluspunten van dit nieuwe album. De band toont met de composities en zang een verscheidenheid aan die prijzenswaardig is. De productie klinkt in beginsel niet zoals je verwacht anno 2010; vooral de drums klinken wat knullig en toilletair. Maar als je de cd een tijdje op hebt staan vervaagt langzaam dat gevoel, wellicht door die afwisseling die nergens geforceerd klinkt en maakt dat er geen enkel nummer KillingJoke18buiten de boot valt als het om het totale geluid gaat. Bovendien moeten we ons wel realiseren dat dit uiteindelijk een postpunkband is waar we naar zitten te luisteren, en dat zij het wellicht expres juist niet te gladjes en perfect willen laten klinken. Het album bestaat uit alleen maar hoogtepunten, wat een geweldige nummers! Slechts 1 liedje is iets minder leuk, het wat vlakke ‘In Excelsis’, waarin de titel iets te vaak voorbij komt. Nummers die nog weten uit te stijgen boven het al zo fantastische werk zijn ‘Absolute Dissent,The Great Cull, European Superstate, Endgame’ en de aan Raven opgedragen song ‘The Raven King’, wat een onvervalste ‘eighties sound’ heeft en zo ongelofelijk mooi is o.a. door de heldere zang van Jaz en het schitterende refrein. Wat een prachtalbum!! 

Vids:     The Raven King          The Great Cull          European Superstate

Afgelopen week werd het album gereleased in Amerika, maar 2 maanden terug was Europa al aan de beurt en ging de band van start met een tournee. 3e concert uit die reeks was in de Melkweg, Amsterdam op 29 september, en daar was ondergetekende bij. Het concert was erg sterk en bijna het hele nieuwe album kwam aan bod, naadloos passend tussen ‘evergreens’ uit het verleden. Fergussen liet dan hier en daar een steekje vallen en voor enthousiasme moet je niet bij Youth zijn (saaie drol), maar de stem en performance van Coleman en het machtig vullende gitaargeluid van de immer soepel en welhaast in slowmotion bewegende Geordie deed dat teniet. Door onaflatende doortastendheid van een fan uit Rotterdam mocht ik uiteindelijk met een clubje van 6 man mee met Jaz naar de backstageruimte waar ik tot grote vreugde Geordie, Jaz, Youth, Fergussen en toetsenist Reza mocht ontmoeten. Ik belandde tussen Geordie en een vrouwelijke fan in die me vertelde, toen ik haar vroeg hoe het kwam dat Jaz zo slank geworden was, ‘Jaz did quit the booze’. Ja, zo kan ik het ook. Wat een bijzondere ervaring om zo ineens onverwacht naast je grote idolen te zitten waar je dan al 25 jaar fan van bent. Geordie die mij vraagt of het wel verstandig is om het dub-reggae nummer ‘Gohst Of Landbroke Grove’ in de setlist te houden; vond-ie zelf namelijk maar niks. Onvergetelijk leuk.

Nieuws onder de zon.

Tijd voor wat inhaalwerk (deel 1). De nieuwe releases zijn nauwelijks nog bij te houden, of het komt doordat ik te veel muziek leuk vind of ik wordt oud en traag, haha. In elk geval heb ik gemeend met onderstaand bericht, waarin meerdere kortere verslagen staan, een inhaalslag te hebben kunnen maken.

Ali+Campbell+PNG Behangreggae

Fans van het latere Engelse UB40 zullen tevreden zijn over het 3e soloalbum van 51 jarige zanger Ali Campbell die in 2008 de band besloot te verlaten. De vrolijke ongedwongen reggae deuntjes op beats van de drumcomputer vinden ook op Flying High zijn weerklank, en de uit duizenden herkenbare stem van de altijd sympathiek ogende Campbell doet je geloven dat dit gewoon UB40 is. Qua productie heeft Campbell zich er wel erg goedkoop vanaf gemaakt; niet alleen de drums komen uit een computer, alle overige instrumentatie komt uit een synthesizer, wat het geheel verre van spannend of indrukwekkend maakt. Ondanks enkele missers zoals de cover She’s A Lady, de irritante gastbijdragen van Graig David en Shaggy en het ontbreken van de nodige variatie, kabbelt de cd sfeervol voort en kan ik niet zeggen dat het slecht toeven is. Maar wat was cd vele malen mooier geweest met een echte band zoals in deze clip. Niet slecht, wel vlak.

Manics_1241034053_crop_550x700 Woorden van een verdwenen ziel.

Met onvermoeibare werkdrift blijven The Manic Street Preachers maar albums uitbrengen. Hoewel ik alweer een nieuwere release achterloop, handelt dit nog over hun 9e album Journal For Plague Lovers, waarop de band louter achtergebleven teksten heeft verwerkt van hun in 1995 verdwenen gitarist/tekstschrijver Richey James Edwards. Het album laat zich echter luisteren als alle andere albums en staat vol kunstig gecomponeerde en makkelijk in het gehoor liggende poppy rocksongs en prachtige ballads. Je vraagt je soms af waarom zo’n band maar niet gaat vervelen, waarschijnlijk door het compositorisch vakmanschap dat deze heren ten toon blijven spreiden. Hoe vaker je het album draait hoe beter hij wordt. Geen verrassingen, maar degelijke kwaliteit.

Clip: Your Love Alone (met Nina Persson van de vorige cd) Clip: Jackie Collins’ Existetial Question Time

Bob Mould. Niet rustende antiheld.

Op de hoes staart een soort professor Barabas vanachter een ‘do not cross’ lintje in het ver weg, met de handen ineen gevouwen, gekleed in een sober truitje en dito spijkerbroek. De titel rockster zal Bob Mould zichzelf in geen geval willen toe eigenen, of hij doet er erg zijn best voor er niet zo uit te zien. Zijn album Life And Times is Moulds negende solo album, na zijn 4 albums met Sugar en daarvoor 6 met Husker Du. De plaat laat een frisse Mould horen die allerlei verschillende facetten van rock de revue laat passeren. Van prachtige ballads als I’m Sorry Baby en de titelsong via luchtige poprock als City Lights, Spiraling Down, slepende Alice In Chains achtige rock als Wasted World tot puike uptempo punkrock als Argos. Als je het zeikerige Lifetime en de erg lelijk gezongen Bad Blood Letter buiten beschouwing laat is Life And Times een mooi album met knappe composities en een perfecte productie.

Clip: I Am Sorry Baby (accoustisch live)

Sophie+EllisBextorBextor’s fantastische trip.

Alleen het woord ‘disco’ klinkt al belegen en achterhaald, maar toch blijven artiesten zichzelf succesvol uitvinden in het genre, wat getuige de aandacht en de verkoopcijfers nog lang niet is doodgebloed. Mooi voorbeeld is de charmante 31 jarige Sophie Ellis Bextor die met haar onwaarschijnlijk knappe gezichtje en haar chique Engelse accent inmiddels 3 albums heeft uitgebracht. Haar 3e cd Trip The Light Fantastic is in zijn totaliteit beter dan haar voorgaande, al zijn er van die eerste 2 albums meer hits getrokken. Bextor is niet een poppetje dat even de voorgebakken liedjes komt inzingen, maar schrijft wel Sophie degelijk mee aan alle nummers op dit album. De nummers zijn lekker afwisselend, soms pure disco, soms met een vleugje rock dan weer ska of soul. Er staat geen slecht nummer op, zelfs de ballads op dit album zijn mooi. Een topplaat in het genre. Aan het eind van het jaar wordt de nieuwe cd verwacht met daarop de stamper Heartbreak Make Me A Dancer. Ik houd me aanbevolen.

Clip: Today The Sun’s On Us   Clip: Catch You   Clip: I Am Not Giving Up (van het nog volgende album)

Wout.

Een DJ-producer-platenbons maakt nog geen artiest

M.I.S. Een kleine dikke Mexicaan met bolhoed die naar de al evenmin zo interessante naam Camilo Lara luistert, is platenbons bij de Mexicaanse EMI, is DJ en producer. Tot zover geen reden om uit uw luie stoel op te veren. Wellicht komt daar verandering in als we zijn muzikale project Mexican Institute Of Sound gaan beluisteren. Soy Sauce is M.I.S.’s 3e langspeler en combineert authentieke Mexicaanse classics met de meest moderne beats en samples. De schijf is in totaliteit nogal wispelturig en slingert heen weer tussen opdringerige dansvloerstampers en voortkabbelende niemendalletjes. Wel is het jammer dat Lara geen zangstem heeft en we het moeten doen met rap, spoken word of samples, wat zeker gedurende de 2e helft van het album gaat wringen. Opener Cumbia is een wat saai instrumentaaltje, maar is ontegenzeggelijk moderne Mexicaanse dance. Het betere Alocatel had van het oudere -eveneens Mexicaanse- Cafe Tacvba kunnen zijn, wat in dit geval een compliment betekend. Het lekkere dansbare Yo M.I.S.. Digo Baila is één van de hoogtepunten. Het met een vette beat aangezette accordeonnummer White Stripes wordt opgeluisterd door een zwoel dameskoortje. 2e hoogtepunt Hiedra Venenosa zou in wat zwaardere vorm zo van Molotov kunnen zijn. Het griezelig zoete Te Quiero Mucho duurt gelukkig niet al te lang: Lara zit met zijn liefdesverklaring op babbeltoon bijna IN je oor. Dan hoogtepunt 3; het hitgevoelige Jalale. Comite Culificador; Karate Kid 2 en Reventon zijn aardig maar onopvallend en aandachtsverlies ligt op de loer. Dan komt Lara met een geheel vermexicaanst Bittersweet Symphony (The Verve) Sinfonia Agridulce op de proppen begeleid door een rammelend Marriachi orkestje. Ik neem aan dat dit grappig bedoeld is want het wordt bijzonder lelijk gezongen. Dan volgt er een onnodige remix van het 2e nummer en sluit het album af met het nietszeggende Chiflideur. Het is weer eens wat anders en niet onaardig, maar bij de volgende release blijf ik toch mijn luie stoel hangen. Leuk voor 1 keer.

 Yo Digo Baila (clip)  Sinfonica Agridulce (clip)

 Wout.

De diversiteit van een dierentuin

Daar mijn nieuwe aanwinsten in hoog tempo mijn cd-kast doen vollopen, probeer ik vanaf heden mijn beschrijvingen zo kort mogelijk te houden, ten einde mijn opgelopen achterstand wat in te halen alvorens ik de neiging krijg op te geven. Het zal me niet meevallen maar het is het proberen waard.

  Super Furry Animals Alternatieve psychedelische Brit-pop-rock met Beachboy koortjes, elektronica, expiriment, krankzinnigheid en mierzoetigheid, waar vind je een dergelijke combi? Het antwoord is de Super Furry Animals uit Wales, Engeland, wiens debuut EP uit 1995 de weloverwogen titel ‘Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch’  meekreeg. (en ik wilde het nog wel kort houden). Bij SFA hoef je over originaliteit en afwisseling nooit te klagen, en of zanger Gruff Rhys nu in zijn moederstaal Whelsh of in het verstaanbare Engels zingt, melodieus is het altijd. Dark Days / Light Years is hun 9e volwaardige studioalbum en is wederom entertainend, eigenzinnig, spannend en een ware Super-furry-animals luisterervaring. Crazy Naked Girls; MT; Moped Eyes; Inaugural Trams; Inconvenience; Cardiff In The Sun; The Very Best Of Neil Diamond; White Socks / Flip Flops; Lliwiau Llachar; en de bijna 10 minuten klokkende instrumentale afsluiter Pric, het is allemaal erg leuk en bijzonder afwisselend. Alleen Helium Hearts en Where Do You Wanna Go vind ik wat aan de zeurderige kant. Je vergeet haast dat de productie ook weer heel erg goed is. De plaat zit vol kleine details. Opnieuw een verrijking van mijn muzikale kennis. Top.

MT (clip)    Golden Retriever (clip)    Rings Around The World (clip) 

Thomas de stoomlocomotief

Tom-jones-464838545 De onlangs 70 en tevens grijs geworden bard uit de oude doos Tom Jones lijkt in zijn stem de eeuwige jeugd te hebben en treed nog altijd op, alwaar hij met zijn fibrerende bronzen geluid bijna achteloos het gehele repertoire doorwerkt. De Britse zanger uit Wales was vooral in de jaren 60 en 70 een wereldster (Green Green Grass Of Home; Delilah; It’s Not Unusual; What’s New Pussycat; She’s A Lady), maar is nooit gestopt met albums maken en optreden, wat zijn carriëre hier en daar weer een nieuwe impuls gaf en hij zo nu en dan hits bleef scoren zoals Kiss (’88), If I Only Knew (’94) en Sexbomb (’00). Hoewel er dit keer 8 jaar gewacht moest worden op nieuw studiomateriaal na Reload uit 2000, wordt ons geduld ruim beloond. Zijn 38ste studioalbum heet 24 Hours en is een knappe evenwichtige plaat vol met sterke composities. De productie past naadloos in de opnieuw zo populaire soul-sound uit de jaren 60 dat weerklinkt in muziek van o.a. Duffy, Amy Winehouse en Gabriella Cilmi, alleen is het Jones zelf die met dat geluid ooit begonnen is. I’m Alive; If He Should Ever Leave You; We’ve Got Love; Feels Like Music; Give A Little Love; In Style And Rhythm; Sugar Daddy (geschreven door Bono en The Edge van U2); Seasons; Never; The Hitter; het Screen-shot-2010-05-17-at-6_37_15-PM zijn louter hoogtepunten. Twee nummers vallen uit de toon, The Road is een wat vlakke ballad en Seen That Face is in tegenstelling tot de rest van het album erg lelijk geproduceerd, met irritante sampletjes op de achtergrond en een heel lelijke drumcomputer. Sluitstuk 24 Hours is een pracht van een ballad. De opmerkelijke clip bij dit nummer (onderaan dit artikel) is een ‘must see’, en laat een oude Tom zien die het nummer teneergeslagen en zichtbaar aangedaan van zich af zingt. Brok in de keel. Vorige maand is alweer een nieuw album verschenen met als titel Praise & Blame; de stoomlocomotief gaat ongehinderd voorwaarts.

Clip: 1965    Clip: 1989    Clip: 2009    Clip: 24 Hours

Vieze tandjes vol lood en afplaktepels met slang

Dope

No Regrets is het vijfde album van Amerikaanse metalband Dope, wat in 1999 hun debuut uitbracht (Felons and Revelutionaries). Zanger en gitarist Edsel Dope en consorten zijn van een hardrock-op-een-bedje-van-industrial geluid langzaam omgebogen tot een ruwe rechtdoorzee metalband. De band die in de begindagen drugs verkocht om financieel overeind te blijven heeft zich weliswaar omhoog weten te werken, maar ik heb het idee dat No Regrets voorlopig hun hoogtepunt zal blijven. Het album is niet verrassend daar Dope zowel muzikaal als tekstueel de al ruim belopen paden afwandelt in het metalspectrum, maar desalniettemin is het een lekkere poepruige cd geworden. Nog voor het eerste nummer inzet is in het intro Flatline de eerste dode al gevallen. 6-6-Sick komt meteen lekker binnen: The Edsel_Dope__by_MsRainmaker demons got a hold of me / there ain’t no cure for my disease / I’m bleeding from eternally / And burning in eternity, sneert Edsel vervaarlijk. Dan volgt Addiction, en de 2 hoogtepunten van het album No Regrets en My Funeral. Meestampers Dirty World en Violence hebben een overduidelijke Rob Zombie touch. In Best For Me verwerkt gitarist ´Virus´ het klassieke hardrock geluid waar o.a. ook Killswitch Engage zich graag van laat bedienen. Scorn is wederom Zombie-ish en na al dit geweld dienen zich onder het kopje ´Bonus´ nog eens 4 nummers aan voor de volhouder, waarvan je je kunt afvragen of deze niet beter achterwegen hadden kunnen blijven. Te beginnen met een niet onaardige Rebel Yell (Billy Idol) waarin Edsel laat horen ook een normale zangstem te hebben. In I Don´t Give A F**k klinkt Edsel al pratend in het couplet onbedoeld op Eminem! Die Boom Bang Burn F**k telt ruim 8 minuten met o.a. het gezellige refrein Die Motherfucker Die Motherfucker Die. Daar zouden ze nu eens een line-dance op moeten verzinnen, dat is pas hard werken! Nothing For Me Here zorgt voor een melodieus eind. Al met al een onderhoudend geheel met enkele echte uitschieters in het midden. De videoclip van 6-6-Sick is alles behalve verrassend, en herbergt zo’n beetje alle ingrediënten die een standaard hardrock band graag wil laten zien: headbangende gitaristen, ADHD drummer, zanger met bakkebaarden, wapperende haren en vieze Dope_ tandjes vol lood op een enorme motor, vlammen, doodshoofden, smerige locaties en een onschuldig lekker wijf dat verleidelijk met vlaggetjes zwaait ter contrast. Ook de video van Addiction is niet bijster intelligent. Op dit nummer is de gitaarsolo door Zakk Wylde (Ozzy Osbourne) ingespeeld maar in de clip hebben ze de woest bebaarde muzikant vervangen voor een luchtig geklede dame, welke haar tepels met tape heeft afgeplakt en die in deze outfit Wylde’s gitaar probeert te bespelen met behulp van een slang… Ja, als je je zo presenteert kom je nooit boven het koren uit, maar zal het derhalve genoeg opleveren om de drugs zelf te kunnen scoren. Zal mij benieuwen hoe lang dit vlammetje nog blijft wakkeren.

Videoclip: 6-6-Sick    Videoclip: Addiction    Clip: My Funeral (alleen audio) 

Met Sophie op de Shetland’s

100_2298 Het is zondag 11 juli 2010. Ik word wakker van het geblaat van een schaap, het is 7.00u. Eindelijk is het stil in de zaal waarin zo ongeveer 30 man en 1 vrouw liggen te slapen na het muziekfestival de avond ervoor. Vunkfest in The Northscot Angels Club te Lerwick, Shetland Islands (GB) heeft plaatsgevonden en alle bands hebben zich leeggespeeld in het zweet, en elkaar opgezweept om het beste eruit te halen. Deafening heeft zichzelf ook overtroffen als reactie op de ongelofelijk positieve support en heeft zichzelf overladen gezien met complimenten. Met busjes worden de bands om ongeveer 3.00u afgevoerd naar de slaaphal ongeveer 45 minuten rijden zuidelijker op de Shetlands. In de keuken naast de slaaphal wordt nog verder gefeest en gedronken. Ik kruip mijn slaapzak in en doe gehoorbeschermpluggen in; na een lange dag, veel bier, een geweldige avond en 4.00u vind ik het wel mooi geweest. Toch word ik om 7.00u alweer wakker als net iedereen eindelijk slaapt. Ik draai me nog een uur lang om maar kan de slaap niet meer vatten. Mijzelf verzekerd dat ik de enige zal zijn die wakker is, kruip Sophie+Zelmani. ik uit mijn slaapzak, kleed me aan, pak een bakkie koffie, trek mijn jas aan en ga naar buiten. Ik pak mijn MP3-speler en begin aan een wandeling de berg op die zich achter het gebouw bevind. Bovenop de berg wacht mij een prachtige verrassing. Dikke witte bewolking laat zich langzaam als een deken over de aan de overkant gelegen bergrug naar beneden rollen, om aangekomen in het water zich in een grauwe wolkenband links van mij en een andere wolkenband rechts van mij te splitsen. Ik heb het geluk om op het puntje van de berg in een dun zonnetje te staan en dit prachtige schouwspel te mogen aanschouwen. Het is op deze ochtend dat de voorlaatse cd van de Zweedse Sophie Zelmani zich in mijn oren nestelt en nog meer aan magie lijkt te winnen door tegelijkertijd deel te zijn van dit natuurverschijnsel. The Ocean and Me is Zelmanie’s 9e album, nadat de singer/songwriter samen met gitarist/producer Lars Halapi debuteerde in 1995. Het album is min of meer live opgenomen, en heeft Sophie+Zelmani . een prachtig akoestisch karakter. Halapi krijg het voor elkaar om wonderschone begeleiding te creëren dat in combinatie met de breekbare fluisterstem van Zelmani welhaast hypnotiserend werkt. The Ocean And Me, Composing, Spring Love zijn allemaal mooie rustige liedjes die je fantasie het werk laten doen. Time is wat vlotter, en is één van de hoogtepunten van het album. De productionele details maken dat het nummer na 10 keer draaien nog steeds prachtig en avontuurlijk is. Dat geld overigens ook voor de hiernavolgende hoogtepunten Passing By en Wind Took My Sail; de nummers hebben bezieling en raken je diep. Yeah Okay, Love, de pracht lijkt niet op te houden. Dan volgt I’ve Got Suspicion dat wat dreigend klinkt door de Nick Cave-achtige drumpartij, alweer een hoogtepunt. Het nummer bouwt prachtig op en er komen gaande weg steeds meer geluiden bij. This Room brengt dan weer de rust en bezieling. July Waits trekt het tempo nog meer naar omlaag, maar is zo prachtig mooi dat dit ook tot de hoogtepunten behoord. Afsluiter I Will Be There heeft een reggae inslag, wat mij betreft iets te vrolijk is en niet zo goed past bij Sophie’s vocalen. The Ocean And Me is een parel die je hele leven mee kan, en je hoeft er niet voor naar de Shetland IJlanden, al verhoogt dat wel de sfeer.

Clip: The Ocean And Me (live)    Clip: I’ve Got A Suspicion    

Wout.

Best of Both Beards

Eelsthatlookyougivethatguy Mark Everet, beter bekend als Eels, waagt een vervolg op het absoluut fabelachtig mooie en sterke dubbelalbum, Blinking Lights, dat eigenlijk gedoemd is om in dit ‘blinkende’ licht tegen te vallen. Hombre Lobo, 12 Songs Of Desire is inderdaad niet zo meesterlijk als voornoemd album, maar is allesbehalve een zwak album. Wel zwiept het album heftig heen en weer tussen vuige rock ‘n’ roll vol distortion en dromerige, minimalistische ballads met akoestische begeleiding. De rocksongs Prizefighter; Lilac Breeze; Tremendous Dynamite en What’s A Fella Gotta Do zijn allemaal te hard opgenomen zodat het vervormde geluid extra vuil en smerig klinkt en vormen een groot contrast met de prachtige en bewonderenswaardige Eelshombre ballads zoals we ze kennen van Blinking Lights: That Look You Give That Guy; In My Dreams; The Longing; My Timing Is Off en Ordinary Man, welke groot zijn in hun eenvoud. Buitenbeentjes zijn het opvallend vrolijke Beginner’s Luck en het mijn inziens meest fantastische nummer Fresh Blood, dat zowel grillig en donker klinkt, maar ook een broeierige, sensuele sfeer heeft. De fantastische clip versterkt deze sfeer alleen nog maar, zeker ook doordat Mark Everet een ongewone excentrieke verschijning is geworden met lange zwarte baard, zonnebril, wandelstok, gestoken in een halflange zwarte jas, en je hem dreigend en trefzeker achter een mooie jonge vrouw ziet aanlopen in het roodzwarte donker van de nacht. Tekstueel is Everet Eel nog altijd het Amerikaanse equivalent van onze Hans Dorrestijn; treurnis, depressiviteit en het maar blijven mislukken in de liefde. Daar zou ik ook een baard van krijgen. Bijzonder album van een eigenzinnige muzikant. Aan inspiratie geen gebrek, want de volgende schijnt er alweer te zijn, getiteld End Times, naar verluid nog depressiever. Voorts komt Eels in augustus dit jaar met alweer een nieuw album Tomorrow Morning! Het lijkt wel of hij er zin in heeft!

Clips:    That Look You Give That Guy  en  Fresh Blood

Wout.

Punk in sierschrift

Donnas1 De door The Ramones, ACDC en Kiss geïnspireerde Amerikaanse meidenband The Donna’s ontstond in de mid jaren 90 toen de 4 jonge dames nog op school zaten en zich door zelfstudie hun instrumenten hadden eigen gemaakt. De band veranderde hun naam van Ragady Anne in The Electrocutes, om vanaf 1997 The Donna’s te gaan heten. Ikzelf ben in 2001 ingesprongen bij de release van The Donna’s turn 21, een lekkere ongedwongen energieke punky plaat. Maar hun grootste succes kwam in 2002 met de cd Spend The Night met de succesvolle single Take It Off en de al even zo geweldige nummers als Dirty Denim, Who The20donnasInvited You, I don’t Care en Not The One. Daarna heb ik Gold Medal (2004) gemist, en ben ik nu met enige vertraging bij hun laatste release Bitchin’ (2007) beland. Het recept is nog immer dezelfde, strakke powerrock songs met punky attitude, lekkere gitaarriffs en meezingbare refreinen. Brett Anderson zingt op haar mooist en de gitaarsolo’s van Allison Robertson dwingen respect af. Hoogtepunten zijn What Do I Have To Do; Save Me; Like An Animal; Here For The Party; het Monster Magnet-achtige Love You Till It Hurts; Tonight’s Allright en When Donnas The Show Is Over. Alleen als er 15 nummers op de schijf staan, dan is 7 een tamelijk schrale oogst. Wat is er precies mis met de andere 8 liedjes? Ik heb het idee dat producer Jay Rustin menig nummer heeft laten verdrinken in overproductie. Het rauwe is eraf en het klinkt niet langer als de ‘recht-voor-je-smoel-rock’ wat Spend The Night zo superieur maakt. The Donna’s blijven over de hele linie te behoudend en klinken te gepolijst, vliegen nergens uit de bocht, en de gitaarpartijen klinken soms gewoon ver weg achter de naar voren geschoven zang van Brett. Er is veel gedaan met effecten op de gitaar en zang om de band grootser te laten klinken, maar heeft geresulteerd in een veel te mainstream poppy sound wat de band geen goed doet. Daarbij Donnas_scottgries_getty vallen de iets mindere composities meteen door de mand (saai), terwijl de sterke composities het op kracht daarvan nog net kunnen winnen van de misplaatste productie. De verwachting is dat eind van dit jaar een nieuw album uitkomt van The Donna’s. Hopelijk zijn ze daarop weer afgestapt van het idee zo dicht mogelijk bij hun voorbeeld Kiss te willen geraken.

Clip: Take It Off      Clip: Fall On Me      Clip: Don’t Wait Up For Me

Wout.

Jong zonder geliefden, oud zonder vrienden

John_cougar_mellencamp1983 Op de cover van de nieuwste cd van John Mellencamp ziet de Amerikaanse singer-songwriter er uit alsof hij net 25 is (check zijn website maar eens), maar wanneer je de geluidsdrager afspeelt is de zanger in het echt hoorbaar heel wat jaartjes ouder. Als je dan even googelt stuit je binnen enkele seconden op het ongeretoucheerde gelaat van de bijna 60 jarige zanger/gitarist, en klopt het plaatje met het geluid. De nieuwste schijf heet Life Death Love And Freedom en laat in 14 nummers een tamelijk rustige Mellencamp horen die folk, country en blues combineert, en met zijn uit duizenden herkenbare licht rasperige stem alles aan elkaar smeed. Zijn teksten zijn donker, zoals het echte blues betaamd. Zijn muzikale omlijsting is sprankelend doch ingetogen. Geen stampende rock, geen drumcomputers of samples, geen meezingers voor in het stadion, maar zeer fraai intiem werk. De cd gaat aarzelend van start met Longest Days en het licht vrolijke My Sweet Love. If I Die Sudden is echte blues: “If I die sudden / please don’t tell anyone / there ain’t nobody John_mellencampneeds to know / that I am gone”. Troubled Land; Youg Without Lovers (old without friends) en het meesterlijke John Cockers, (waarin eindelijk de viool weer even meedoet, zij het in een ondergeschikte rol “I know many, many people / but I ain’t got no friends”) en Don’t Need This Body, zijn, hoewel minder geschikt voor een bruiloftspartijtje, allemaal meesterlijke sterke songs. A Ride Back Home is dan ineens behoudend vrolijke gospel, alsof Mellencamp een plaatsje zeker wil stellen op de EO-jongerendag. Without A Shot, het enige hitgevoelige Jena; Mean en het spannend ingespeelde Country Fair brengt ons echter weer terug in de melancholieke sfeer van de eerste helft van de plaat. Het prachtig mooie For The Children en de al even mooie afsluiter A Brand New Song zorgen voor een toch nog Johnmellencamp01aopgewekt eind. Het 60 minuten klokkende Life Death Love And Freedom is een qua sfeer veel donkerder album dan zijn luchtigere voorganger Freedom’s Road, maar is evenzo sterk. Andermaal een prachtplaat.

Fimpjes:  Clip: Paper & Fire (1987)   Clip: Troubled Land (live)  Clip: Over de totstandkoming van het album

Wout.